Trends en ontwikkelingen
Werk en inkomen
Met de gestage afbouw van de doelgroep SW-medewerkers, die werkzaam is bij Ontplooj en bij onze buitendienst, zien we een toename van nieuwe doelgroepen in de Participatiewet. Het gaat om mensen die voorheen aanspraak konden maken op uitkeringen o.b.v. de Wsw of de Wajong; sinds de invoering van de Participatiewet zijn zij aangewezen op ondersteuning door de gemeente. Dit verklaart de stijging van het aantal bijstandsuitkeringen van ongeveer 180 uitkeringen enkele jaren geleden naar inmiddels ongeveer 210 uitkeringen in januari 2026. Maar we zien ook de succesvolle inzet van nieuwe instrumenten zoals loonkostensubsidie en jobcoaching, waarmee inmiddels circa 60 mensen zijn uitgestroomd naar betaald werk.
Gemeente Wierden: feiten en cijfers
Voor de Wsw en Wajong zien we in Wierden dat een groep van circa 150 SW-medewerkers sinds 2015 langzaam afbouwt. Tegelijkertijd komt de nieuwe instroom binnen bij 'het loket' van de gemeente. Het gaat dan bij jongeren vaak om schoolverlaters uit het Praktijkonderwijs of het Voortgezet speciaal onderwijs (VSO). Of jongeren die juist zonder startkwalificatie het onderwijs hebben verlaten. Omgerekend op basis van landelijke cijfers (en in lijn met wat we zelf zien) gaat het voor Wierden in termen van nieuwe instroom om ongeveer tien tot twintig jongeren per jaar.
Bijstand
Lange tijd was het aantal bijstandsuitkeringen van de gemeente Wierden beperkt tot 160-190 uitkeringen. De afgelopen vijf jaar zien we dat het aantal uitkeringen oploopt tot meer dan 200 uitkeringen; naar verwachting zal dit aantal de komende jaren nog verder stijgen, ook als we succesvol mensen blijven plaatsen vanuit de uitkering naar werk.
Doordat we sterk inzetten op toeleiding naar werk zijn we er de afgelopen jaren in geslaagd om circa 60 personen met inzet van loonkostensubsidie te plaatsen bij een reguliere werkgever; in vrijwel alle gevallen kan hierdoor de uitkering worden stopgezet. Soms is er nog een gedeeltelijke uitkering, afhankelijk van de omvang van het dienstverband. De doelgroep is daarmee opgelopen naar de genoemde 200 plus deze 60 trajecten.
Stijging aantallen bij team ‘inkomen’
Deze ontwikkelingen leiden tot een forse stijging van de hoeveelheid werk voor het team ‘inkomen’:
- Jaarlijks is er een hogere instroom, van iets meer dan 50 naar circa 80 per jaar. Deze stijging is mede het gevolg van (of wordt versterkt) door een relatief hoge instroom van statushouders.
- Meer instroom (en uitstroom) leidt tot meer mutaties en herzieningen De afgelopen vijf jaar zijn de aantallen bijna verdubbeld van circa 125 naar circa 250 per jaar.
- De afhandeling van minimaregelingen. Het minimabeleid heeft de afgelopen jaren meer aandacht gekregen en op een aantal punten is het beleid uitgebreid. Zo worden het Jeugd Cultuurfonds en het Jeugd Sportfonds inmiddels via de gemeente uitgevoerd. Daarnaast is het volwassenpakket verruimd, waardoor meer inwoners hiervoor in aanmerking komen. De afgelopen vijf jaar zien we een toename van ruim 800 aanvragen in 2020 naar 1150 in 2025. Het gaat om lokale regelingen, incidenteel aangevuld met landelijke regelingen die door de gemeente worden uitgevoerd (b.v. energietoeslagen).
Toename complexiteit hulp- en ondersteuningsvragen
De nieuwe instroom in de Participatiewet betreft ook vaak inwoners met een meer complexe hulpvraag. Daarnaast is de uitvoering van inkomensregelingen de afgelopen jaren complexer geworden; er ligt steeds meer nadruk op maatwerk en rekening houden met de individuele situatie van inwoners. We zien dit ook terug als uitgangspunt van het landelijke traject 'Participatiewet in Balans', dat staat voor een pakket van meer dan 20 wijzigingen die nu en de komende jaren worden doorgevoerd.
Gevolg is dat de inkomensregisseurs minder vaak uitgaan van het ‘standaard’ toepassen van regels, maar een afweging moeten maken op basis van persoonlijke omstandigheden. Dat kost meer tijd per aanvraag, om te komen tot een beslissing en ook om daarover goed te communiceren met de inwoner. We zien dat dit zich in positieve zin kan terugverdienen, bijvoorbeeld bij bezwaarschriften; in de praktijk blijkt dat het geven van extra uitleg op een besluit of een gesprek met een inwoner vaak al veel duidelijkheid geeft en in veel gevallen een bezwaarschrift kan worden ingetrokken. Dit vraagt tijd en ruimte voor persoonlijk contact. Door de huidige werkdruk is die ruimte er niet altijd. Juist bij het onderdeel ‘inkomen’ zien we deze werkdruk ook terug in een recent uitgevoerd onderzoek onder onze medewerkers (valt een collega uit, dan is het direct opvangen van taken lastig).
Dienstverlening lokaal en dichtbij
De gemeente Wierden hecht waarde aan het zoveel mogelijk lokaal organiseren en aanbieden van dienstverlening aan onze inwoners. We werken integraal, ‘kennen’ de klant en leveren maatwerk. We voeren daarom sinds enkele jaren de intake voor de bijstandsaanvraag weer lokaal uit (waar deze in de jaren ervoor was uitbesteed aan het werkplein in Almelo). Juist ten aanzien van kwetsbare inwoners biedt deze ‘nabijheid’ voordelen, zowel voor de inwoner als voor ons. Ook als er geen bijstandsuitkering aan de orde is, spreken we de inwoner, kijken we vanuit verschillende disciplines naar de hulpvraag en hoe we kunnen helpen bij wat nodig is.
Waar onze uitvoeringsorganisatie eerder al is versterkt voor re-integratie (toeleiding naar werk) en inburgering (invoering Wet inburgering 2021 per 1 januari 2022) zien we dat in onze organisatie de capaciteit bij 'inkomen' onder druk staat. Daarom stellen wij bij de actiepunten uitbreiding van capaciteit voor.
Impulsbudget (versterken sociale infrastructuur)
Het Rijk heeft vanaf 2025 extra middelen beschikbaar gesteld voor het 'versterken van de sociale infrastructuur'. Deze middelen zijn bedoeld voor de bekostiging van beschut werk en het (blijven) realiseren van extra plekken voor mensen die, ook met inzet van loonkostensubsidie, moeilijk aan betaald werk kunnen komen. In de loop van 2026 zullen we hiervoor samen met Almelo, Tubbergen en Twenterand en Ontplooj een plan uitwerken.
Vroegsignalering van schulden/Loket Geldzaken
De medewerkers van Vroegsignalering van schulden weten de mensen steeds beter te bereiken. De uitvoering hierin wordt intensiever. Mensen met schulden/betalingsachterstanden is een moeilijk bereikbare groep. Het vraagt meer tijd en inzet om ze te bereiken en te begeleiden.
Het digitale Loket Geldzaken wordt steeds beter gevonden. Mensen met een vraag over geldzaken melden zich meer spontaan. De medewerkers vinden het belangrijk deze vragen/problemen vroegtijdig en adequaat op te pakken.
Hoewel de druk op de formatie van Vroegsignalering groter wordt (20 uur), worden er voor nu geen extra uren aangevraagd. In de loop van 2026 wordt de raad door middel van een informatienota geïnformeerd over de stand van zaken Vroegsignalering van schulden.