2. Sterke sociale samenleving

Sociaal zelfredzaam

 Actiepunten

Uitvoeringsprogramma o.b.v. Lokale Inclusie Agenda 2027-2030
Met het VN-Verdrag Handicap heeft Nederland afgesproken dat mensen met een beperking volwaardig moeten kunnen deelnemen aan de samenleving. Gemeenten hebben hierin een wettelijke taak. Daarnaast gelden wettelijke kaders rondom gelijke behandeling en anti-discriminatie. In december 2025 is daarom het globale Plan van aanpak voor het opstellen van de Lokale Inclusie Agenda door het college gedeeld met de gemeenteraad. De gemeente Wierden kiest ervoor om deze wettelijke verplichting niet beperkt te benaderen, maar te vertalen naar een bredere inclusieambitie. Inclusie raakt namelijk niet alleen mensen met een beperking maar raakt alle inwoners die drempels ervaren in het meedoen aan de samenleving. Inclusie blijft daarom niet beperkt tot het sociaal domein, maar raakt alle levensdomeinen van mensen. Ons doel is om te komen tot een beleidsmatige Lokale Inclusie Agenda 2027-2030 met daarin kaders, ambities en doelen. Op basis van deze Inclusie Agenda maken we een meerjarig Uitvoeringsprogramma Inclusie, met daarin een planning per jaar met concrete acties en het eigenaarschap per actie. De uitvoering van die acties kost geld en daarom voorzien we structurele lasten voor het realiseren van de Lokale Inclusie Agenda vanaf 2027.
Structurele lasten 2027 e.v.: PM

Aanpak basisvaardigheden/Doorontwikkeling taalpunt
In de gemeente Wierden heeft 38% van de volwassen inwoners beperkte basisvaardigheden (bron: basisvaardighedeninzicht.nl) 86% hiervan heeft het Nederlands als eerste taal (NT1). Beperkte basisvaardigheden omvatten vaardigheden die niet voldoende zijn om goed te kunnen functioneren in de maatschappij. Dit kan betrekking hebben op taal, rekenen, schrijven, digitale vaardigheden en het begrijpen van de samenleving. De gemeente Wierden heeft een taalpunt waar mensen die de Nederlandse taal niet machtig (genoeg) zijn ondersteuning kunnen krijgen van een taalmaatje van De Welle. Het taalmaatje is een geschoolde vrijwilliger die iemand kan helpen met zijn of haar doelen. Voorbeelden van doelen kunnen zijn: een boek voorlezen aan een kleinkind, een treinticket kunnen kopen of het invullen van een formulier. De Welle kan jaarlijks 20 matches maken (subsidieafspraak). Er is meer vraag naar taalmaatjes. Niet iedereen met een hulpvraag kan geholpen worden.
Daarnaast wordt niet iedere volwassene met laaggeletterdheid bereikt. Met name de NT1-doelgroep is moeilijk te bereiken.
In de afgelopen periode is onderzocht naar hoe het taalpunt een doorontwikkeling kan maken naar een taalhuis. Dit vraagt om meer samenwerking tussen de bibliotheek, De Welle en het ROC van Twente. Daarnaast heeft een taalhuis in vrijwel alle gemeenten  een taalhuiscoördinator. Hij of zij verbindt partners in het (lokale) netwerk. De taalhuiscoördinator organiseert, faciliteert en ondersteunt de activiteiten voor het taalhuis. Ondersteuning bij digitale vaardigheden kan ook behoren tot het (digi)taalhuis.
Een goed taalhuis draagt  bij aan preventie.Mensen met beperkte basisvaardigheden hebben vaker laagbetaalde banen en zijn kwetsbaarder voor financiële oplichting. Dit vergroot de kans op armoede en schulden. Wanneer er sprake is van armoede en schulden, kan dit leiden tot kansenongelijkheid in de samenleving. In gezinnen kan dit leiden tot bijvoorbeeld hoge zorgkosten of toename van jeugdhulp.
In de afgelopen periode is met partners gesproken over de doorontwikkeling van een taalpunt naar een taalhuis. Om deze ontwikkeling goed door te kunnen maken, is inzet van een taalhuiscoördinator noodzakelijk. Deze rol kan belegd worden bij bijvoorbeeld de bibliotheek. Om het taalhuis goed neer te kunnen zetten, wordt verwacht dat twaalf uur inzet per week van de taalhuiscoördinator nodig is. Er wordt een incidenteel bedrag aangevraagd voor 2027 en 2028. De verwachting is dat daarna inzichtelijk wordt wat het taalpunt/taalhuis structureel nodig heeft.
Eenmalige lasten 2027 en 2028: € 35.000 per jaar

Meten maatschappelijk effect eigen inzet en voorliggende voorzieningen
Vanuit de gemeente zetten we steeds meer in op preventieve activiteiten en lichte ondersteuning voor onze inwoners vanuit voorveldorganisaties. Het vaststellen van de maatschappelijke waarde van deze activiteiten is lastig omdat veel effecten niet direct zichtbaar, meetbaar of eenduidig toe te wijzen zijn. Daarom ontstaan bij interventies in de zorg en in het sociale domein vaak vragen over de meerwaarde ervan. Daarbij gaat het niet alleen om hoeveel euro's een geïnvesteerde euro oplevert, maar ook wie er wanneer van profiteert en hoe zeker de baten zijn.
In 2027 willen we graag onderzoeken of we met nóg meer inzet op preventie nóg meer impact kunnen maken voor onze inwoners én hoe we die impact zichtbaar kunnen maken. We zijn daarvoor in gesprek met verschillende kennisinstituten.
Een methode die we mogelijk in willen zetten is de Social Return On Investment (SROI). Dit is een gestructureerde en gevalideerde methode om, gezamenlijk met alle belanghebbenden, een maatschappelijke kosten en baten analyse te maken. De SROI analyse laat zien hoeveel een investering oplevert voor welke partij. Hierbij kan goed geverifieerd worden of een investering rendabel is. Indien dit goed in kaart is gebracht heeft de gemeente een goed zicht op het effect van de voorzieningen in het voorliggend veld en kan er beter bijgestuurd worden. In 2027 willen we een SROI-analyse uitvoeren. Hiervoor vragen we een budget aan.
Eenmalige lasten 2027: € 25.000

Deze pagina is gebouwd op 09/07/2026 12:02:37 met de export van 09/07/2026 11:57:07