2. Sterke sociale samenleving

Ontwikkeling jeugd

 Trends en ontwikkelingen

Kansrijke Start
Een goede start van kinderen voorkomt niet alleen problemen op de korte termijn, maar heeft
ook bewezen effect op de lange termijn. Daarom werken we o.b.v. onze Maatschappelijke
Agenda structureel met de aanpak Kansrijke Start. Dit houdt in dat we professionals in de
geboorteketen samenbrengen om kwetsbare (aanstaande) ouders preventief en
laagdrempelig te ondersteunen. Hierdoor krijgen de kwetsbare gezinnen de ondersteuning die bij hen past.
De aanpak Kansrijk Start wordt aangestuurd door een kerngroep die bestaat uit de
gemeentelijke regisseur kansrijke start, verloskundigen, de jeugdgezondheidszorg en
maatschappelijk werk. Vanuit de kerngroep signaleren we vroegtijdig een kwetsbare situatie
van de zwangere en partner. De inzet van de regisseur is essentieel als aanjager van de
samenwerking, om te zorgen voor verbinding en vertrouwen bij de kerngroepleden en als
centraal aanspreekpunt voor de hele keten. We zien dat dit drempelverlagend werkt en
casuïstiek eerder wordt aangemeld. Hierdoor kunnen wij sneller schakelen en doorverwijzen
naar passende hulp en ondersteuning.
Tot en met 2026 worden de activiteiten binnen Kansrijke Start bekostigd via tijdelijke extra rijksmiddelen op basis van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Deze bijdrage wordt in 2026 iets verhoogd vanuit het Aanvullend Zorg en Welzijn Akkoord (AZWA). Verder is Kansrijke Start in het AZWA opgenomen als basisfunctionaliteit die iedere gemeente moet bieden. Hierbij is afgesproken dat de werkwijze van Kansrijke Start vorm moet gaan krijgen binnen integrale gezinspoli, waarin professionals uit het medische en sociale domein samenwerken voor kwetsbare (jonge) gezinnen. Wat de rijksbijdrage en randvoorwaarden op basis van het AZWA vanaf 2027 voor de gemeente Wierden zullen zijn, is in Q1 2026 echter nog niet bekend.

Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO)
Het alcohol- en middelengebruik in de gemeente Wierden ligt al jaren hoger dan in Twente en Nederland. Dit is een zorgelijke ontwikkeling, mede doordat het gebruik onder de jeugd blijft toenemen. Dit blijkt uit de meest recente gezondheidsmonitor jeugd (12-18 jaar) uitgevoerd door de GGD Twente. Om deze reden is per 1 januari 2026 het programma Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) gestart onder leiding van het Trimbos Instituut. Binnenkort wordt er een startbijeenkomst georganiseerd waarbij professionals werkzaam in de gemeente Wierden worden uitgenodigd. Binnen OKO wordt door ouders, verenigingen en scholen samengewerkt aan het uitstellen en terugbrengen van het gebruik van alcohol en andere middelen door jongeren. Hierbij kan de aanpak lokaal passend ingezet worden door te kiezen voor de onderdelen die aansluiten bij lokale doelen en situatie. In het najaar van 2026 wordt de vierjaarlijkse gezondheidsmonitor jeugd opnieuw afgenomen.

De Prioritaire Agenda Jeugdzorg 2026–2032
Inleiding
De Prioritaire Agenda Jeugdzorg vormt het gezamenlijke kader waarmee de 14 Twentse gemeenten en SamenTwente/OZJT de komende jaren gericht en eenduidig sturen op een toekomstbestendig jeugdzorglandschap. De Prioritaire Agenda Jeugdzorg heeft als doel om de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van jeugdzorg duurzaam te verbeteren. De agenda brengt focus, ordening en versterking aan in bestaande activiteiten.
De Prioritaire Agenda Jeugdzorg sluit aan bij de acht leidende principes van de Regiovisie Jeugdhulp Twente, waaronder: de jeugdige centraal, normaliseren, thuis tenzij, geen wachtlijsten en een duurzaam stelsel. De Regiovisie is uitgewerkt in de Samenwerkingsagenda Jeugdhulp Twente (SJT) en het is als basis gebruikt voor de nieuwe inkoop jeugdhulp (per 2025). De bestaande initiatieven van de SJT zijn overgenomen in de Prioritaire Agenda Jeugdzorg, met een voorstel hoe verder  te gaan. De activiteiten uit de Samenwerkingsagenda Jeugdhulp Twente (SJT), worden een integraal onderdeel van de Prioritaire Agenda Jeugdzorg.

Regionaal Expertise Team (RET)
De organisatie van het RET waartoe we verplicht zijn, is integraal onderdeel van de Prioritaire Agenda Jeugdzorg. Daarmee versterken wij de robuuste jeugdzorgregio Twente. Dit is een opdracht van het Rijk. ‘Robuuste jeugdzorg’ verwijst naar het versterken van het jeugdzorglandschap door de decentralisatie van jeugdzorg te verbeteren, met name door middel van regionale samenwerking en inkoop.
Belangrijk daarbij is dat we niet alleen de regionale samenwerking versterken. Daarnaast moeten gemeenten zelf stevige lokale teams inrichten en investeren in de sociale basis conform het landelijk richtinggevend kader. Daarmee zijn wij vanuit onze lokale jeugd(hulp) opgave al druk bezig.

Sturingsplan en versterken lokale teams
In de inkoop per 2025 zijn conceptindicatoren met streefwaarden opgenomen, die moeten helpen om meer sturing te gaan geven. Samen met zorgaanbieders en verwijzers jeugdhulp zijn de indicatoren uitgewerkt en is een sturingsplan opgesteld. Voor het optimaliseren van dit plan wordt gemeenten gevraagd op diverse onderdelen actief mee te denken. Hiervoor zal naast medewerkers vanuit beleid, financiën en contractmanagement, ook een beroep worden gedaan op medewerkers vanuit de gemeentelijke toegangen. Van belang is dat er binnen de formatie van de toegang gelegenheid is om ook op deze wijze bij te kunnen dragen.
Ook is bij de nieuwe inkoop afgesproken dat de gemeente wordt betrokken wanneer een  externe verwijzer een zwaardere of langdurige indicatie wil afgegeven. Dit betreft vaak complexe casuïstiek. De vroegtijdige betrokkenheid van de regisseur geeft enerzijds meer zicht op de ingezette zorg, maar betekent ook een extra tijdsinvestering voor onze toegang.

Verklarende Analyse en inzet gedragswetenschapper
De verklarende analyse (VA) heeft als doel om sneller en gerichter inzicht te krijgen in de situatie van jeugdigen, met name in complexe casussen. Dit betekent een diepgaande systeemanalyse, het betrekken van meerdere leefgebieden, in overleg met de gedragswetenschapper. Een essentieel aspect van de verklarende analyse is de verplichte betrokkenheid van een gedragswetenschapper (GW-er) bij gevallen waarbij er sprake is van een dreigende uithuisplaatsing. Het inschakelen van een gedragswetenschapper is cruciaal voor het verkrijgen van een gedegen en objectief oordeel over de situatie van het kind of de jongere. De inzet van de gedragswetenschapper gebeurt (deels) naast de inzet van de regisseur. De regisseurs zijn/worden geschoold in het uitvoeren van de VA. Gezamenlijk met de GW-er wordt op basis van gevoerde gesprekken de analyse ingevuld. Dit vraagt een uitbreiding van regisseursuren voor extra overleg en voorbereidingstijd, het bijhouden van deskundigheid en het uitvoeren van de benodigde dossiervorming.

Aanpak complexe scheidingen
Binnen de jeugdhulpaanvragen is er sprake van een toename van complexe scheidingen. Er worden vanuit de regio en ook lokaal preventieve acties ingezet om schade bij kinderen door scheiding te voorkomen of te verminderen. Bij onze toegang maken we o.a. gebruik van de methode Ritax en de inzet en kennis van ambulante hulpverlening voor de scheidingsanalyse door Senzor. Omdat ouders niet (altijd) gezamenlijk aan tafel kunnen, vinden gesprekken vaker afzonderlijk plaats. Dit kost extra tijd en tegelijkertijd is er sprake van juridisering en vraagstukken rondom veiligheid. Een dossier vraagt daardoor meer uren dan reguliere opvoedondersteuning.
De medewerker van Senzor denkt mee met de regisseur en neemt ook deel aan de casuïstiekbesprekingen. Een aantal vervolggesprekken met cliënten kan uitgevoerd worden door deze ambulante inzet. De kennis en deskundigheid bij de regisseurs neemt toe zodat ook zij in staat zijn om deze (vervolg) gesprekken te voeren.

Jouw Ingebrachte Mentor (JIM)
Een andere belangrijke ontwikkeling is de implementatie van de JIM-aanpak. Deze aanpak richt zich op het versterken van de eigen regie van jongeren in hun hulptrajecten. Hierbij staat het sociaal netwerk van de jongere, en met name de mentor die de jongere zelf heeft gekozen, centraal. Er wordt verbinding gelegd met het informele netwerk en het steviger maken van dat helpende netwerk. Deze aanpak sluit aan bij de visie (zoals ook verwoord in onze verordening jeugdhulp) om jongeren meer regie te geven over hun eigen leven en de hulpverlening. Onze regisseurs zijn/worden geschoold in de inzet van de JIM, waarbij samenwerking en afstemming met het voorveld moet worden uitgewerkt. De inzet van de JIM en toepassing van de JIM vraagt meer uren aan de voorkant van het jeugdhulptraject.

Praktijkondersteuner Jeugd Geestelijke Gezondheidszorg (POH Jeugd GGZ)
In de gemeente Wierden zijn de afgelopen jaren de POH-ers Jeugd GGZ actief. De POH Jeugd GGZ is gehuisvest bij de huisartsen en wordt benaderd, met name voor onderwerpen met betrekking tot de mentale gezondheid van jongeren. De POH Jeugd GGZ wordt in Wierden 32 uur per week ingezet. Van belang is dat het gemeentelijk toegangsteam een duidelijke en korte lijn heeft met deze vorm van basishulp. Verwijzing over en weer gebeurt laagdrempelig.

Veilig Thuis Twente (VTT)
VTT is het regionale advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling (HG/KM). Inwoners – zowel slachtoffers, plegers als omstanders – kunnen hier terecht voor deskundig advies, ondersteuning en, indien nodig, interventie. Daarnaast ondersteunt VTT professionals bij het signaleren en aanpakken van onveilige situaties. De taken van Veilig Thuis vinden hun grondslag in de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Vanuit deze wettelijke kaders zijn gemeenten verantwoordelijk voor het organiseren van een advies- en meldpunt, het bevorderen van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling en het toezien op de toepassing van de meldcode.
VTT vervult een centrale rol in het doorbreken van onveilige thuissituaties, het herstellen van veiligheid en het toeleiden naar passende hulpverlening. Daarbij is zichtbaar dat de trend van een stijgend aantal meldingen zich voortzet. Deze ontwikkeling vergroot de druk op de uitvoering en vraagt blijvende aandacht voor capaciteit, samenwerking en effectiviteit van de
ketenaanpak.

Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming
Het rijksprogramma "Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming" beoogt een fundamentele herinrichting van de jeugdbeschermingsketen. Uitgangspunt is dat gezinnen één vast aanspreekpunt krijgen binnen een lokaal team. Dat lokale team moet integraal werken en – waar nodig – samen optrekken met specialistische partners uit het regionale veiligheidsteam. Daarmee verschuift de werkwijze van een gefragmenteerde ketenbenadering naar een lokaal samenhangend netwerk rondom het gezin, waarin regie, continuïteit en nabijheid centraal staan.

Stevige lokale teams
Binnen het toekomstscenario krijgen lokale teams een centrale rol in het uitvoeren van onderzoek, het voeren van regie en het langdurig begeleiden van gezinnen. Deze uitbreiding van verantwoordelijkheden betekent dat de aard van het werk verandert en dat de omvang van het werk aanzienlijk toeneemt. Tegelijkertijd wordt van lokale teams verwacht dat zij beschikken over bredere en meer specialistische expertise, met name op het gebied van veiligheid en complexe problematiek. Onze jeugdregisseurs zullen een opleidingstraject met de TOP3-methodiek volgen. Na scholing zal deze methodiek door de regisseurs worden ingezet en ook dit vraagt weer om meer inzet van de jeugdregisseur.

Visie op Gefaseerd Samenwerken
De invoering van de visie Gefaseerd Samenwerken vraagt om een ingrijpende verandering in de werkwijze van professionals en organisaties. Dit brengt met zich mee dat een groot aantal medewerkers moet worden geschoold en dat deze nieuwe manier van werken actief moet worden begeleid en geborgd in de dagelijkse praktijk. Naast het organiseren van trainingen vraagt dit om structurele inzet voor coaching, intervisie en kwaliteitsbewaking.
Ook het opstellen en implementeren van eenduidige samenwerkingsafspraken tussen gemeenten en ketenpartners vraagt intensieve afstemming en doorlopende inzet. Dit leidt tot een structurele extra belasting onze organisatie waarvoor aanvullende formatie noodzakelijk is om de implementatie zorgvuldig en duurzaam te realiseren.

Doorstroompunt subregio Almelo (DSP)
Het DSP (voorheen Regionaal Meld- en Coördinatiepunt RMC) helpt jongeren die niet vaak naar school gaan en/of zonder diploma (dreigen te) stoppen met hun opleiding. Het DSP is er voor jongeren tussen de 18 en 27 jaar die met school gestopt zijn of dreigen te stoppen zonder een diploma op niveau MBO-2, Havo of Vwo. Ze helpen deze jongeren bijvoorbeeld om te ontdekken wat ze willen en hoe dat bereikt kan worden, om de juiste opleiding, stage of werkplek te vinden en, indien nodig, om de juiste hulp te vinden. Het DSP wordt georganiseerd op subregionaal niveau, voor en door de gemeenten Almelo, Hellendoorn, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand en Wierden.
Doordat het rijk de financiering van het DSP heeft gewijzigd, is er in 2026 een tekort op de begroting van het DSP ontstaan. Met de invoering van de Wet van school naar duurzaam werk, verstrekt het rijk per sub-regio één uitkering. Door de daling van het aantal voortijdig schoolverlaters in sub-regio Almelo is in 2026 sprake van een lagere financiële bijdrage.

Leerlingenprognose 2025-2043
De Leerlingenprognose 2025-2043 is opgesteld. In deze rapportage staan de leerlingenprognoses voor de dertien basisscholen en voor De Passie voor voortgezet onderwijs, voor de lange- en voor de korte termijn afzonderlijk.
De prognoseresultaten van alle scholen zijn tevens vertaald in een berekening van de ruimtebehoefte, voor het basisonderwijs zowel volgens de oude VNG-methode in groepsruimten als volgens de “nieuwe” systematiek in vierkante meters.
De prognoses zijn opgesteld met een programma waarvan door de VNG is vastgesteld dat het programma voldoet aan het programma van eisen uit de Model Huisvestingsverordening Onderwijs. De leerlingenprognose heeft, naast de bekende geplande activiteiten (zie Integraal Huisvestingsplan bij Actiepunten) gevolgen voor thans lopende of actuele aanvragen voor onderwijshuisvesting. Deze betreffen Nieuwbouw Kindcentrum Enter, de Passie en de Akkerwal. Gedurende 2026 worden de aanvragen verder uitgewerkt en opgenomen in het Programma en overzicht Onderwijshuisvesting 2027. De bekostiging hiervan wordt voorgelegd in de gemeentebegroting 2027 die in november ter vaststelling wordt voorgelegd aan de gemeenteraad. Voor het Kindcentrum Enter wordt nog voor de zomervakantie voor de uitbreiding een aparte kredietaanvraag voorgelegd aan de raad.

Deze pagina is gebouwd op 09/07/2026 12:02:37 met de export van 09/07/2026 11:57:07