3. Duurzame ontwikkeling

Energie, warmte en klimaatadaptatie

Trends en ontwikkelingen

De gevolgen van klimaatverandering zijn wereldwijd merkbaar, ook in Nederland. Voorbeelden zijn extreme wateroverlast en droge zomers. Om verdere opwarming te beperken heeft Nederland in 2015 het Klimaatverdrag van Parijs ondertekend. Het doel van het verdrag is om ervoor te zorgen dat de opwarming van de aarde wordt beperkt tot 1,5 en maximaal 2 graden Celsius. Nederland nam daarmee de verplichting op zich om de uitstoot van broeikasgassen sterk te verminderen om verdere klimaatverandering te beperken. De Rijksoverheid heeft het Klimaatakkoord opgesteld, waar de gemeente op aansluit. Regionaal wordt gewerkt aan de Energiestrategie Twente (EST) en de uitvoering van de lokale warmtetransitie. Wierden streeft naar een CO2-reductie van 49% in 2030 en 95% in 2050 ten opzichte van 1990. Dit vraagt om ingrijpende veranderingen en moeilijke keuzes die de manier van wonen, werken en leven in onze gemeente zullen bepalen.

Netcongestie
De opwek van hernieuwbare energie is de laatste jaren sterk gegroeid, maar vaak wordt er meer stroom opgewekt dan lokaal verbruikt kan worden. Dit overschot wordt teruggeleverd aan het elektriciteitsnet, maar door beperkte capaciteit kan het net deze stroom niet verwerken, wat leidt tot spanningsproblemen. Dit raakt zowel de afspraken in de RES over zon en wind als woonwijken, waar de netcapaciteit ook beperkt is. Daarnaast ervaren we nu ook afnameproblemen, waardoor grote en kleinere afnemers niet meer aangesloten kunnen worden op het net. Op 1 januari 2026 is het nieuwe maatschappelijke prioriteringskader van de Autoriteit van Consument en Markt (ACM) van kracht geworden.Schaarse netcapaciteit wordt niet langer verdeeld op volgorde van binnenkomst, maar op basis van maatschappelijke prioriteit volgens het kader van de ACM. Dit kan leiden tot aanzienlijke vertragingen in woningbouw, de ontwikkeling van scholen en andere gemeentelijke (infrastructurele) projecten. Het prioriteringskader heeft tot gevolg dat voor lopende projecten voor 1 juli 2026 prioriteit aangevraagd moet worden en dat vanaf 1 oktober 2026 voor woningbouwprojecten en scholen 'eerdere aanvragen voor capaciteit' ingediend moeten worden. De gemeente zet zich er in 2026 maximaal voor in om woningbouw als prioritair project aangemerkt te krijgen, maar kan niet voorkomen dat schaarste op het elektriciteitsnet tot vertraging leidt.
Dit vraagt om scherpe keuzes, tijdige aanmelding van projecten en extra capaciteits-inzet binnen de organisatie. Netbewuste planning en actieve sturing op energiecapaciteit worden daarmee een structureel onderdeel van de gemeentelijke rol.

Energiewet
De Energiewet (in werking getreden op 1 januari 2026) vervangt de huidige Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet. De verouderde Elektriciteitswet stamt uit een periode dat elektriciteit hoofdzakelijk werd opgewekt in grote centrales op basis van fossiele brandstoffen. De energietransitie heeft de vraag naar elektriciteit enorm vergroot en de opwek gebeurt nu steeds meer op basis van decentrale, duurzame en hernieuwbare energiebronnen. Daar komt bij dat door netcongestie de regelgeving niet voldoende aansluit bij de realiteit en dat er Europese regelgeving is aangenomen die moest worden geïmplementeerd. Kortom tijd voor een nieuwe wet. Het hoofddoel van de wetgever is om met de Energiewet een stevig wettelijk fundament te leggen voor de energietransitie en voor een veilig, betrouwbare en betaalbare energievoorziening. De wetgever heeft drie thema’s in de wet verwerkt: (1) het beschermen van energieconsumenten (2) meer mogelijkheden om het volle stroomnet flexibel te gebruiken en (3) veilig uitwisselen van gegevens tussen netbeheerders, energieleveranciers en klanten. De nieuwe regels sluiten beter aan bij het energiesysteem van de toekomst, met meer duurzame lokale energieproductie, opslag en flexibiliteit.  

Europese richtlijn voor energiezuinige gebouwen (EPBD IV)
De verduurzaming van de gebouwde omgeving is een prioriteit van het kabinet. Minder energiegebruik en CO₂-uitstoot zijn nodig om de energierekening betaalbaar te houden, onze afhankelijkheid van andere landen te verkleinen en de klimaatdoelen te halen. De vernieuwde Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD IV) vormt het fundament om zowel nieuwe als bestaande gebouwen energiezuiniger en uiteindelijk emissievrij te maken. Nederland werkt aan de uitvoering van deze richtlijn. Een tweetal onderdelen zijn hieronder uitgelicht.
-Het Energiehuis
Gebouweigenaren, gebruikers en bewoners kunnen straks op één plek terecht voor informatie en ondersteuning bij verduurzaming. Het Energiehuis bouwt voort op bestaande initiatieven zoals het energieloket (momenteel uitgevoerd door de Stichting Duurzaam Wierden Enter) en verbindt het huidige aanbod van online en fysieke dienstverlening. Er moet de komende jaren één herkenbaar punt ontstaan met informatie en ondersteuning.
-Renovatiepaspoort
Een praktisch overzicht dat gebouweigenaren helpt om hun gebouw stap voor stap emissievrij te maken.

Grootschalige opwek zon en wind
Op 18 december 2023 heeft de gemeente Wierden haar windbeleid vastgesteld. Op basis van de technische ecologische verkenning van Witteveen & Bos is de gemeente Wierden tot de conclusie gekomen dat er geen ruimte is voor grootschalige windenergie. De provincie Overijssel heeft op 9 oktober 2024 nieuw wind- en zonbeleid vastgesteld. De provincie legt hierin het maximum van de hoeveelheid windenergie die tot 2030 in de provincie mag worden opgewekt vast in de Omgevingsverordening. Er wordt in het Provinciaal Programma Energiestrategie (PPE) een toedeling gemaakt voor de maxima per voorkeursgebied. Via programmeringsafspraken is de ambitie per voorkeursgebied vastgelegd, als er geen afspraken zijn gemaakt bepaald de provincie de ambitie. Voor de gemeente Wierden is deze ambitie vastgesteld op 80 GWh (ongeveer 4 windturbines) minus het aantal windturbines wat er in Energiepark Daarle aan Wierdense kant beoogd is. Op 15 april 2025 heeft het college van Gedeputeerde Staten de initiatiefnemer toestemming gegeven het plan verder uit te werken. De verdere projectprocedure en de participatie met de omgeving worden door de provincie in afstemming met de initiatiefnemer vormgegeven. Tegen beide initiatieven worden alle juridische middelen ingezet om de realisatie er van te voorkomen.
Het nieuwe zonbeleid van de provincie geeft aan dat zonneparken groter dan 2 hectare niet langer op landbouw- en natuurgrond zijn toegestaan. Voor plannen die al vergaand in voorbereiding zijn is een overgangsregeling getroffen. Naar aanleiding van deze ontwikkelingen rondom provinciaal beleid is Afwegingskader grootschalige duurzame energieopwekking in Wierden herijkt (Afwegingskader Energie-opwek inclusief beleid erfmolens). In dit afwegingskader zijn ook beleidsregels over erfmolens opgenomen.

Warmteprogramma
In een warmteprogramma (opvolging transitievisie warmte) beschrijft een gemeente de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Hierin staat welke buurten in de komende 10 jaar aan de beurt zijn om de overstap te maken naar aardgasvrij en hoe dat          gebeurt. Met ingang van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) is de Omgevingswet gewijzigd en is de naam transitievisie warmte veranderd in warmteprogramma. De Wgiw geeft gemeenten de bevoegdheden die nodig zijn om hierin de regie te pakken, zoals het inzetten van de aanwijsbevoegdheid in het omgevingsplan. Het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) is een uitwerking van het wetsvoorstel. De Wgiw is op 23 april 2024 aangenomen in de Tweede Kamer en op 10 december 2024 in de Eerste Kamer. De Op dit moment is de Wgiw nog niet van kracht. De verwachting is dat de Wgiw samen met de bijbehorende uitvoeringsregels (het Bgiw), op 1 juli 2026 in werking treedt. Verder is de Wet collectieve warmte (WcW) die de huidige warmtewet vervangt in juli 2025 aangenomen door de Tweede Kamer en op 9 december 2025 door de Eerste Kamer. Met deze wet krijgt de gemeente ook meer regie over de warmtetransitie waardoor de betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid van collectieve warmtelevering wordt gewaarborgd.

Programma Klimaatadaptatie Wierden 2022-2028
In de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) is de ambitie vastgelegd om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Daarmee is een overgang ingezet, die in 2050 voltooid moet zijn. Om lokaal invulling te geven aan DPRA heeft de gemeenteraad in 2022 het Programma Klimaatadaptatie Wierden 2022-2028 vastgesteld. Hierin staat beschreven wat we de komende jaren gaan doen om de gevolgen van klimaatverandering, zoals droogte, hitte en wateroverlast aan te pakken. Dit beleid is gebaseerd op vijf pijlers waarin de visie op een klimaatbestendig Wierden in 2050 wordt weergegeven. Vanuit de vijf pijlers zijn onze ambities en opgaven benoemd en is een uitvoeringsagenda opgesteld.

Deze pagina is gebouwd op 09/07/2026 12:02:37 met de export van 09/07/2026 11:57:07